Ali Katan en de Veertig Boters

40 verschillende soorten boter in de supermarkt, dat zou nog eens wat zijn. Dan wordt de kans dat er een écht goede tussen zit behoorlijk fors. Want van industriële boter, boter dus waarop (vrijwel) altijd op de één of andere manier beknibbeld is, kan ik er zo veel niet bedenken.

Maar zo mooi is het leven niet. In Nederlandse supers ligt zelden of nooit écht goede boerenboter. Met acceptabele mag je blij zijn. En Martijn Katan neemt in deze column van vandaag net zulke grote stappen als de grootboterboeren en is dus net zo snel thuis. Want bij lezing begrijp je dat de meesten van zijn veertig boters margarines zijn.

Later heeft hij het ook nog over "broodsmeersels". Dat zou, dunkt me, een betere generieke naam zijn voor het geheel van boter en margarine--maar dan blijkt hij er plotseling weer uitsluitend margarine mee te bedoelen. Die margarines kun je allemaal kopen, zegt professor Katan. De boter moet je laten liggen, want die is "niet zo gezond". Zo zit er maar weinig vitamine D in.

Nee, dan de margarine. Dat is één van de weinige etenswaren waar vitamine D in zit, roept de professor opgewonden.

Ik ga de professor een standje geven, want hij kletst uit zijn nek. In margarine zit weliswaar vitamine D, maar in tegenstelling tot de vitamine D die van nature in boter zit, is dat een supplement dat eraan is toegevoegd. Hetzelfde supplement dat in die pilletjes zit die je bij de drogist koopt. Daar hoef je dus helemaal geen margarine voor te eten, en als je genoeg vis en postelein eet, heb je die andere al even kunstmatige bestanddelen ook helemaal niet nodig.

Gelukkig maar, want margarine is niet alleen kunstvoedsel, het is ook nog vreselijk vies. Dat laatste is overigens geheel en al mijn mening; er is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor.

Tidak ada komentar:

Posting Komentar