Zeg nooit zo maar banaan tegen een banaan. Die welke wij vrijwel allemaal eten heeft namelijk een naam. Nee, niet Chiquita, maar Cavendish. En met de Cavendish gaat het niet goed. Hij heeft een probleempje waar andere bananensoorten geen last van hebben.U moet namelijk weten dat de Cavendish--of, juister, Giant Cavendish--geen natuurproduct is. Hij is door mensenhand veredeld ter gelegenheid waarvan hij een ongelukje heeft gehad: hij werd van diploïde triploïde, wat betekent dat hij in zijn celkern drie clusters chromosomen heeft in plaats van twee zoals zijn wilde stamvader had. Nu is hij steriel en kan zich niet meer zelfstandig voortplanten: hij kan alleen maar vermeerderd worden door stekken. In de handel vond men dat ongetwijfeld een pluspunt, want wat zichzelf niet vermeerdert, heeft hulp nodig van deskundigen. Daar kan dus geld aan verdiend worden.
Er zit wel een schaduwkantje aan: alle bananenbomen in de wereld die ons favoriete bananenras dragen, zijn lid van één grote familie genetische ééneiïge multimiljoenlingen: allemaal precies gelijk. Dat is natuurlijk fijn voor iedereen die deze bananen eet en voor geen goud een andere smaak wil, alleen is het probleem dat die eters zich niet beperken tot de menselijke soort. Zo heeft ergens in de jaren '90 een schimmelsoort ontdekt dat ze een gigantische voedselreserve aanboorde door zich specifiek op de Cavendish te gaan toeleggen. Momenteel houdt de schimmel, die luistert naar de vrolijke naam TR4, al verwoestend huis in Oost-Azië waar de ene na de andere plantage het loodje legt. Het lijkt een kwestie van tijd vóór de aandoening ook in Latijns-Amerika vaste voet aan de grond krijgt.
Wrang is dat de Cavendish nu juist veredeld is om de wereld van bananen te kunnen blijven voorzien nadat vroeg in de vorige eeuw de Panama-pandemie de toen gangbare consumptiebanaan wist te decimeren. De Cavendish bleek resistent, maar de schimmel was slimmer. De TR4 blijkt een mutatie van die ziekteverwekker. De sporen kunnen in de grond 30 jaar overleven. We zijn er dus niet zo één twee drie vanaf.
Het cynische van het verhaal is dat er wereldwijd honderden bananenrassen zijn, die stuk voor stuk een marginaal bestaan leiden omdat wij westerlingen massaal hebben besloten dat we alleen de Cavendish blieven. Omdat niemand van de wind kan leven, is dat dus de banaan die de complete derde wereld voor ons is gaan telen--om nu mee het gelag te gaan betalen.
Denk daar vooral niet te lichtvaardig over. Bananen vormen wereldwijd, na rijst en tarwe, de belangrijkste voedselbron. We praten dus niet over een bagatel en het lot van de banaan is wel iets om terdege over na te denken.
Ik ben natuurlijk niet de eerste die dit verhaal vertelt. Maar één vraag die ik vreemd genoeg nooit gesteld zie, en die niet alleen op de banaan maar op talloze van onze voedselgewassen betrekking heeft, is deze: gaan we, als de onvermijdelijk lijkende ondergang van de Cavendish een feit is, weer dezelfde toer op? Of gaan we inzien dat diversiteit niet alleen een goede zaak is voor de culinaire variatie, maar ronduit een voorwaarde is voor stabiliteit in de wereldvoedselvoorziening?
Tidak ada komentar:
Posting Komentar