
Iedereen zou het vaker moeten doen: de kleine lettertjes lezen op etiketten. Je wordt er dikwijls veel wijzer van, in ieder geval een stuk wijzer dan van de juichende opschriften op prominentere plekken, inclusief de verschillende labeltjes die je duidelijk moeten maken hoe "bewust" je wel gekozen hebt. Want ja, het bewust kiezen wordt tegenwoordig meestal gedelegeerd aan een club waarvan de criteria maar aan een enkeling duidelijk zijn. De tarieven voor het gebruik van dat logootje zijn trouwens nog veel minder bekend.
Maar van bovenstaand opschrift op een fles olijfolie van het merk Carbonell kon ik toch ook eigenlijk weinig chocola maken. Ik zag wel wat er stond, maar toch ook weer niet. Om te beginnen was mij eigenlijk niet duidelijk waarom daar twee keer bijna hetzelfde staat. En ten tweede wilde ik best eens weten wat nu eigenlijk het verschil was tussen "geraffineerde olijfolie" en "rechtstreeks uit olijven verkregen olie". Want dat tweede gaf mij sterk het gevoel dat die eerste component dus niet rechtstreeks uit olijven verkregen was. Hoe onrechtstreeks dan precies? En hoeveel onrechtstreekse olie zat er in deze olie? Ik kwam er niet achter en besloot eens navraag te doen.
Ik kwam uit bij Maria van de website originalandalucia.com, die mij een schokkend boekje opendeed over hoe er door de grote merken gerommeld wordt met dit natuurproduct.
U weet natuurlijk dat olie van de eerste (koude) persing als de beste geldt. Maar weet u hoeveel persingen er eigenlijk zijn? Dat varieert, maar zeker is dat de laatste persing niet meer voor menselijke consumptie geschikt is omdat deze olie te veel zuren bevat en te veel verontreinigd is. Deze olie wordt dan ook door de Spanjaarden lampante genoemd--inderdaad, lampolie, en daar wordt ze van oudsher dan ook voor gebruikt.
Maar nu niet meer, en dat ligt niet alleen aan de opkomst van het elektrisch licht. Deze rommel wordt namelijk tegenwoordig opgekocht door grote producenten, die er nieuwe technologie op loslaten. Met diverse chemische processen worden de zuren eruit geraffineerd en alles wat er verder nog aan levend product in zit, gaat in één moeite mee. Wat overblijft is een waterig natje dat amper nog kleur heeft en naar verluidt een weinig appetijtelijke smaak.
Dit spul wordt vervolgens in een verhouding 3:1 vermengd met extra virgine van uiteenlopende herkomst. Vandaar dus een vage smaak van olijf. Natuurlijk is deze olie bij uitstek geschikt om te bakken--logisch: aan een salade voegt dit rommeltje weinig smaak toe. Winst wordt er wel op gemaakt, want volgens Maria gaat deze olie vier- tot vijfmaal over de kop. De Bertolli's en Carbonells van deze wereld zijn dan ook de voedingsvoorlichters bijzonder dankbaar: zij vertellen de Nederlander dat olijfolie zo gezond is, maar omdat de Nederlander geen enkele traditie heeft op het gebied van olijfolie, weet die op dat punt geen kaf van koren te onderscheiden.
Gelukkig hebben we wel een warenwet die voorschrijft dat er eerlijk moet worden geëtiketteerd. Dat leidt dus tot opschriften als het bovenstaande. Duidelijk, nietwaar?
Nee, inderdaad. Maar tot een volksoproer zal dat wel niet leiden. Dit is Nederland. Wij willen niet weten wat we eten. En we willen er zeker niet voor betalen. Ja, u wel, en ik ook. Maar dat moet je dus graag willen. Want de super vindt het bovenbeschreven rommeltje goed genoeg. Daarbij geholpen door het feit dat er aan rommel het best wordt verdiend. Vooral als het om spul gaat waarvan de modale Nederlander alleen weet dat het "zo gezond" is.
Tidak ada komentar:
Posting Komentar