Bout hachelen

Wees gerust: ik ben het met u eens. Het ging hier alweer ruimschoots lang genoeg over moedermelk en over perverselingen die hiervan consumptie-ijs maken. Vandaag gaan we bout hachelen. Hachelen is eten, dat weet u vermoedelijk. Met die bout wordt in die bargoense verwensing echter wel iets onsmakelijkers bedoeld dan wat u hiernaast afgebeeld ziet. Wie daar het fijne van wil weten, zoekt even het werkwoord "bouten" op. Doe dat niet vlak voor het eten.

Ik bedoel in elk geval vlees met bot. En wel van kip. Eerder deze week kreeg ik een mailtje van Onno Kleyn, die opriep tot een offensief. Hij doet dat af en toe, en ik kan daar elke keer heel goed de zin van inzien. Deze keer was de kipfilet het onderwerp van Onno's toorn, en daar heeft hij groot gelijk in. De kipfilet is namelijk voor de kip wat de visstick is voor de kabeljauw, maar dan minus het krokantje. Kipfilet is een laf stukje vlees dat je hypocriet laat vergeten dat je een vogel zit te eten. Kipfilet is goed voor 21e-eeuwse zeikkinderen. Want de kinderen uit mijn generatie waren blij met kip aan het bot. Dat mocht je immers met je handen eten. Maar ja, McDonald's bestond toen natuurlijk ook nog niet.

Goed, kipfilet kan soms handig zijn, maar echt subliem lekker wordt het nooit, zelfs als je wél tot het volksdeel hoort dat zo'n stukje weet te bakken zonder het tot schoenzool te reduceren. Voor écht lekker is bot nodig, want bot geeft smaak af. Juist, zoals in die stukjes vlees waar menigeen de neus voor ophaalt. Eigenlijk zou ik het niet moeten vertellen, want dank zij die schoenzooleters blijven de bouten, waarvan elke kip er nu éénmaal twee heeft, lekker betaalbaar. Maar goed, een eetschrijver heeft iets van een missionaris.

Pak nou niet meteen zo'n schaaltje van een paar dubbeltjes uit de super, maar doe het meteen goed en kies bouten van een kip die wat te melden heeft. Dat kost wat, twee keer zo veel als van een kiloknallerkip of zelfs meer, maar dan heb je ook wat. Ga naar een poelier als u die in de buurt hebt (het is helaas een uitstervend ras en ik moet inmiddels voor de dichtstbijzijnde 30 km rijden) of haal goede biologische kip. Dan weet u meteen dat het dier bij leven niet vol is gestopt met preventieve antibiotica. Label Rouge, ook vaak bij de super, is prima spul.

Het garen van kippenbout duurt iets langer dan van kipfilet, maar dat is geen bezwaar want u hebt er het grootste deel van de tijd geen omkijken naar: u doet het gewoon in de oven, waar de bouten afhankelijk van de grootte op 180 graden 35 tot 45 minuten in doorbrengen. Ze worden dan verrukkelijk gaar met een knapperig vel. Dat vel moest u van Sonja Bakker weggooien, maar Sonja bemoeit zich gelukkig niet meer met uw en mijn kip. Het vel weggooien, de gotspe.

Ik doe er zelfs meestal nog een schepje bovenop en smeer het vel in met mayonaise. Ja, dat is vet en u hebt geleerd dat vet eng is, maar mayonaise wordt gemaakt van plantaardige olie en dat hoorde immers bij de "goede vetten". Enfin, laat u maar niet in de war brengen. De kip wordt er in elk geval heerlijk krokant en verrukkelijk sappig van. Leuk is dat u door de mayonaise allerlei specerijen kunt roeren, een theelepel per bout zo ongeveer, waar de bouten dan helemaal van doortrokken raken. Ik mag graag oregano en knoflookpoeder gebruiken, of gemalen korianderzaad en komijn, of anders (dit is echt heerlijk) mild gerookt paprikapoeder uit de specialiteitenwinkel of van Made in Spain. Gewoon eens proberen.

Tidak ada komentar:

Posting Komentar