Obesitas bij kinderen is dezer dagen weer behoorlijk hot. Sinds deze week is er een nieuwe officiële richtlijn om overgewicht in een vroeger stadium aan te pakken. Ongetwijfeld mede hierdoor is er enige ophef ontstaan over de "obesibus" van vervoerder Connexxion: een bus met daarin een automaat waaruit candybars kunnen worden betrokken, met daarbij de stipulatie dat het de hongere reiziger verboden blijft in de bus zijn eigen banaan of volkorenboterham op te eten; de Raider of Snickers uit de automaat mag wel. Het zal mij benieuwen of het nog tot februari duurt voor het toch wel stevig geschrokken vervoerbedrijf op deze oekaze terugkomt.En dan is Inger Boxsem er nog. Zij schreef samen met Wout Jan Balhuizen het boek Vet! Kinderen over obesitas: hoe kom je eraan en kom je er vanaf? Het boek is nog niet verschenen en ik heb het dus ook nog niet gelezen, maar gisteren kwam Inger in het Radio 1-programma Met het oog op morgen aan het woord: samen met kinderarts Gert Jan van der Burg mocht zij uitleggen hoe het toch komt dat kinderen steeds dikker worden (luister vanaf 30:15).
Nou kijk, begon zij: de wereld is in vergelijking met dertig jaar geleden heel erg veranderd en we leren niet meer van onze moeders hoe je dat eigenlijk doet, gezond eten en gezond bewegen. Onlangs had Inger nog een moeder gesproken die vertelde dat ze haar kind liever worst en kaas gaf, want dat leek haar beter dan zoet op brood. Helemaal fout, want worst en kaas zit vol met vet. En nog verkeerd vet ook.
Nee, dan vroeger. Toen was alles beter. Zo ben ik persoonlijk, weliswaar nog iets meer dan dertig jaar geleden, opgevoed door een moeder die het allemaal nog wél goed wist. "Eerst een boterham met kaas, dan een boterham met worst en als je dan nog trek hebt pas een boterham met zoet", hield zij mij en mijn broertje steevast voor. Sterker, de moeders van al mijn klasgenootjes deden precies hetzelfde.
Dat een groot deel van de voedingsvoorlichters anno 2012 gevraagd naar een oorzaak voor het hand over hand toenemende overgewicht in koor over vet begint te gillen is natuurlijk niet nieuw. Sterker: dat deden ze dertig jaar geleden ook al, zo ongeveer rond de tijd dat je het begin van de huidige obesitas-epidemie kunt situeren. Wat mij vooral verbaast is dat ze zo weinig blijken te weten over de werkelijke eetgewoonten van vóór die tijd.
Een paar jaar geleden had ik het al over prof. Seidell en het beeld dat hij in een interview met de Volkskrant schetste van de tijd waarin ik opgroeide: "Als je ziet hoe mensen in de jaren vijftig en zestig aten en hoe ze dat nu doen, is er veel veranderd--ten goede. Vroeger waren er geen koelkasten, voedsel werd gepekeld en mensen aten dus veel meer zout. Groenten en fruit? In de winter wás er nauwelijks groente en fruit. Reuzel, dat aten mensen. Roomboter".
Nou ben ik bepaald niet in een rijk gezin opgegroeid, maar de hier geschetste Russische toestanden herinner ik me toch totaal niet. Wat me wel opvalt, is dat de uitlatingen van de professor diametraal staan tegenover die van mevrouw Boxsem, die meende dat we het vroeger allemaal toch wel héél goed wisten. En wat vooral in het oog springt is dat beiden er geen graten in zien stevig de hand te lichten met de geschiedenis. Want ze kletsen allebei uit hun nek.
Waarom doen we dat eigenlijk niet, eens met een eerlijk oog kijken naar de jaren waarin nog geen kwart van de kinderen rondliep met vetlellen om het lijf? Er zijn nog genoeg mensen, ook medici en voedingsdeskundigen, die over die tijd uit de eerste hand kunnen vertellen. En als we eens kijken wat er ten opzichte van toen werkelijk veranderd is, zullen we daar vermoedelijk ons voordeel mee kunnen doen.
Een paar dingetjes? Frisdrank was een uitzonderingsproduct, iets waarvan een modaal huisgezin per week één, hooguit twee liter van in huis haalde. In het weekend dronk iedereen daar dan één glaasje van, hooguit twee. Zo'n zak chips waarvan je er op dit moment schoolkinderen in elke pauze één ziet leegvreten is ongeveer tweemaal zo groot als de zakken chips die in de jaren '60 in huis werden gehaald en waar een heel gezin twee weekenden mee deed (nadat de helft eruit was geschud in een bakje op de salontafel, werd de zak met een wasknijper dichtgemaakt zodat de aardappelschijfjes de volgende week nog lekker waren).
En dan is er nog het globale verschijnsel van het snacken. Als je momenteel de discussie hoort, zou je denken dat de enige keuze erin bestaat ongezonde en onverantwoorde dan wel gezonde en verantwoorde tussendoortjes te nuttigen. Dat er nog een derde optie is, namelijk géén tussendoortjes eten of hooguit bij hoge uitzondering eens aan de lekkere trek toegeven, lijkt geheel uit beeld te zijn verdwenen.
Nee, ik wil niet roepen dat vroeger alles beter was. Sterker, een heleboel dingen zijn nu véél beter dan toen ik op school zat. Zo hebben we nu allemaal een koelkast en hebben we ook heel gemakkelijk toegang tot bijna onbeperkte bronnen van informatie. Maar als je wilt weten hoe het komt dat kinderen tegenwoordig zoveel dikker zijn dan toen, is het bovenstaande misschien een aardig beginnetje. En geloof me, er liggen nog tientallen andere potentiële oorzaken voor het opscheppen.
Gewoon even luisteren, even écht onderzoek doen in plaats van te fantaseren. En vooral niet zo graag vriendjes willen blijven met de voedingsindustrie die ons al die winstgevende snacks door de strot wil rammen. Misschien moesten we dát eens proberen.
Tidak ada komentar:
Posting Komentar